Harm Borgers
h.borgers@kokxdevoogd.nl
 06 – 14 67 07 81

 
 

Onderzoek naar decentrale afwegingsruimte onder de Omgevingswet; Wat kan (niet)?

KokxDeVoogd heeft voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderzoek naar de decentrale ruimte in de uitvoeringsregels bij de Omgevingswet gedaan. Naast de feitelijke ruimte die wij inzichtelijk hebben gemaakt, hebben wij de mogelijkheden voor een decentraal bestuursorgaan in beeld gebracht om administratieve lasten, bestuurslast en nalevingskosten zo gering mogelijk te maken door de ruimte die de wetgever biedt op een bepaalde manier toe te passen. In dit blog lichten wij alvast een tipje van de sluier op.
 
Achtergrond
1 januari 2021: de dag dat de nieuwe Omgevingswet naar verwachting in werking zal treden. In deze wet en de daaraan gelieerde regelgeving, is “decentraal tenzij” het uitgangspunt. Concreet betekent dit dat een groot deel van de rijksregels decentraal wordt belegd en dat er (onder anderen) meer mogelijkheden komen voor het bieden van maatwerk en het stellen van eigen omgevingswaarden en bijbehorende programma’s. Maar wat betekent dit concreet? Welke ruimte hebben provincies, gemeenten en waterschappen (‘het decentraal bevoegd gezag’) om de door de Omgevingswet geboden decentrale ruimte zo optimaal mogelijk te benutten? En hoe kunnen zij deze decentrale ruimte op een dusdanige wijze invullen dat sprake is van een vermindering van regeldruk en bestuurlijke lasten?
 
Een hoop vragen, waarop de antwoorden nog niet duidelijk waren. Eén ding staat evenwel vast: er komt voor het decentraal bevoegd gezag meer decentrale afwegingsruimte. Omdat (nog) niet duidelijk is hoe de decentrale overheden de ‘decentrale afwegingsruimte’ concreet met decentrale regelgeving gaan invullen en de effecten op de regeldruk van decentrale regelgeving aldus nog niet (goed) kan worden voorspeld, is in november 2016 aan de Tweede Kamer toegezegd dat onderzoek zal worden gedaan naar deze mogelijke regeldrukeffecten. In januari hebben wij ons onderzoeksrapport naar de decentrale ruimte opgeleverd, alsmede een model aangedragen om deze decentrale ruimte te gebruiken.
 
Het onderzoek in het kort
Belang
Van deze decentralisatie wordt vanuit het Rijk een hoop verwacht. De Omgevingswet biedt volgens het Rijk talrijke mogelijkheden aan het decentraal bevoegd gezag om betere, simpelere regels op te stellen, daarbij rekening houdend met (eventueel) specifieke lokale omstandigheden. Decentrale overheden blijken zich echter (nog) onvoldoende bewust van de decentrale ruimte.  En het is daarmee ook maar de vraag of de geboden decentrale ruimte ook gaan gebruiken.
 
Belangrijkste bevindingen
Een eerste bevinding is dat het absolute aantal rijksregels die ruimte biedt aan het decentraal bevoegd gezag om eigen beleid te voeren, omvangrijk is. Evenwel bestaat het grootse deel van deze ruimte al onder de huidige regelgeving; er is aldus niet veel nieuwe decentrale ruimte bij gekomen. Verder is de ruimte van bevoegde gezagen om iets nieuws aan de rijksregels toe voegen of om daar geheel van af te wijken, relatief weinig voorkomt. Dit heeft te maken met de bedoeling van die regels, namelijk om landelijk bepaalde belangen te beschermen of bepaalde ontwikkelingen mogelijk te maken.
 
Dit gezegd hebbende, betreft een vervolgvraag hoe een decentraal bevoegd gezag gebruik kan en wil maken van die decentrale ruimte. Welke politieke en bestuurlijke keuzes worden gemaakt over het gebruik van de decentrale ruimte? Welke politiek-bestuurlijke visie heeft een bepaald bevoegd gezag op de opgave die er voor een bepaald gebied of onderwerp ligt? En welke keuzes in de rolneming en sturingsfilosofie maakt het desbetreffende bevoegd gezag?
 
Afwegings- en beslismodel om keuzeproces decentrale bevoegde gezagen te ondersteunen
Om de decentrale bevoegde gezagen te ondersteunen in het keuzeproces, hebben wij een afwegings- en beslismodel Gebruik decentrale ruimte Omgevingswet (GDRO) ontwikkeld. Met behulp van het model kan het gebruik van de decentrale ruimte in het systeem van de Omgevingswet worden onderbouwd. Hieronder staat dit model opgenomen.


Dit model illustreert dat de combinatie van opgave, beleidskeuzes in rolneming en sturingsfilosofie en de impact van een activiteit in het gebied, bepalend zijn voor het bestuurlijk handelen en de wijze waarop het bevoegd gezag de decentrale ruimte gebruikt. Dit gaat uiteindelijk een plek krijgen in de lokale verordeningen. Op basis daarvan kunnen bewuste keuzes worden gemaakt over een lastenluwe invulling. Het is echter aan de decentrale bevoegde gezagen om daar invulling aan te geven.
  
En verder? KokxDeVoogd denkt graag met u mee!
In de praktijk blijkt dat decentrale overheden nog niet of nauwelijks van start zijn gegaan om beleid of doelen te formuleren waarmee zij hun decentrale ruimte kunnen gaan invullen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zij weten dat zij meer decentrale ruimte krijgen en weten nu met de uitkomsten van het onderzoek waar de decentrale ruimte precies zit. Het is nu de vraag om dat op een gepaste manier effectief en efficiënt decentraal toe te passen.
 
Ons rapport biedt een eerste hulpmiddel waarmee decentrale bestuursorganen grip kunnen krijgen op de toepassing van de decentrale ruimte. Het rapport geeft inzicht in de decentrale ruimte (per bevoegd gezag) en geeft een afwegingskader om deze ruimte effectief en efficiënt in te vullen.

Download hier het Eindrapport Decentrale Ruimte Omgevingswet.

Download hier de Bijlage A - Analyse decentrale ruimte amvb’s op regelniveau 
 
Wilt u meer weten over het rapport? Of wilt u bijvoorbeeld van gedachten wisselen over hoe de kansen en mogelijkheden van de nieuwe Omgevingswet zo goed mogelijk te benutten? Wij denken graag met u mee! Neem gerust contact op met: 

Harm Borgers
h.borgers@kokxdevoogd.nl
 06 - 14 67 07 81

Norbert de Blaay
n.deblaay@kokxdevoogd.nl
 06 - 21 22 49 00