Auteur | Jorn Mulder
Telefoonnummer | 06 - 12 69 97 03
Datum | 17-08-2020

Het gaat stormen bij Werk en Inkomen.

Is de uitvoering bij u op orde en goed voorbereid?

Het regent rapporten en prognoses over het effect van corona op onze economie. De verwachtingen zijn somber tot inktzwart. Dit jaar al krimpt de economie fors en verdubbelt de werkloosheid. De economie en de arbeidsmarkt zijn gekanteld. Recent stonden de werkloosheidscijfers nog op recordlaagte en zag de economie er stralend uit. De vraag is of de gemeentelijke diensten Werk en Inkomen zijn voorbereid op de storm die ons wacht.

Even terug in de tijd. Na economisch zwar(t)e jaren zagen gemeenten vanaf 2016 uitstroom uit de bijstand stijgen. De gunstiger arbeidsmarkt en invoering van de Participatiewet zorgden voor snellere plaatsing. Maar het sluiten van de Wet Sociale Werkvoorziening voor nieuwe ‘gevallen’ en een strengere Wajong zorgden weer voor instroom van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. De uitvoering heeft zich goed aangepast om een brede, uitdagende doelgroep van dienst te kunnen zijn. Bij evaluatie van de Participatiewet in 2019 bleek dat veel mensen nog steeds onvoldoende mogelijkheden hebben om volwaardig mee te doen. Ondanks goede uitstroomresultaten bleek er genoeg te wensen en te doen in de uitvoering van Werk en inkomen, maar bestuurlijke urgentie leek niet vereist. Dat is nu anders.

Een nieuwe realiteit

De wereld is veranderd. De economie is ingestort. Zekerheden zijn onzeker of weg. Voor Werk en Inkomen is er een nieuwe realiteit. Daling van het aantal bijstandsuitkeringen is gestopt, in veel sectoren zijn vacatures minder of weg. Flexwerkers en zelfstandigen zagen dienstverbanden en opdrachten verdampt of beëindigd. Dit betekent zwaar weer en heftige veranderingen voor Werk en Inkomen. Jaarplannen en begrotingen kunnen in de prullenbak.

Gemeentelijke Sociale Diensten moeten de klappen opvangen, maar zijn nu nog – behalve met een projectorganisatie voor de Tozo – bezig met de wereld van 2019. Veel gemeenten ervaren grote druk op hun financiën. Gemeentebesturen moeten nadenken over beleidsdoelen en de gemeentekas. Wat moet blijven, wat moet anders, wat moet later of geschrapt.

Een eerste doorkijk in gevolgen van corona voor Werk en Inkomen

Op korte termijn raken de dynamiek en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt vooral mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en kwetsbare groepen.  

  • Multiproblematiek: De gevolgen daarvan zullen ook in de uitvoering van de lokale toegang schuldhulpverlening merkbaar zijn.
  • Eerst een WW-uitkering: Vooral werknemers met een flexibel of tijdelijk contract komen in de WW. Dit is reguliere beroepsbevolking, starters en werknemers met afstand tot de arbeidsmarkt. Als de economie verder verslechtert dan worden ook degenen met een vast arbeidscontract werkloos. Reguliere werklozen zijn beter in staat om binnen de WW-termijn een baan te vinden. Zij zijn aantrekkelijker voor werkgevers. Na enkele maanden neemt de kans om uit te stromen al aanzienlijk af.
  • Instroom in de bijstand: ZZP’ers die geen recht op WW hebben vormen de eerste golf instromers. Dit is een groep met recente werkervaring en een goede uitgangspositie voor een betaalde baan. Deze instroom verdringt de aandacht voor een kwetsbare en moeilijk bemiddelbare groep. Waardevolle eerdere werkervaring en investeringen in participatiecapaciteiten dreigen verloren te gaan.
  • Plaatsing bij werkgevers: Na jarenlange groei van vacatures daalt die vraag nu en tegelijkertijd is er in sommige sectoren nog steeds sprake van tekorten.  De vraag naar arbeidskrachten is deels afgenomen. Er is sprake van ‘leereffecten’ bij werkgevers. De coronacrisis toont aan dat niet alle functies essentieel zijn voor hun bedrijf. Er wordt gezocht naar kansen om anders te werken. De crisis kan een katalysator worden voor verdere digitalisering en automatisering. Werkgevers zijn nog terughoudend met het afvloeien van waardevolle arbeidskrachten. Waar altijd vraag zal blijven bestaan aan talentvolle en waardevolle arbeidskrachten zal de samenstelling van de vraag mogelijk  veranderen. Het in dienst nemen van werknemers met afstand tot de arbeidsmarkt draagt veel bij aan deze infrastructuur.
  • Leegloop bij leer-werkbedrijven: Leer-werkbedrijven liggen deels stil. Het risico van meer leegloop is dat het aantal beschutte werkplekken afneemt of tot een nadeligere exploitatie leidt. Slimme keuzes in opdrachtverstrekking borgt voor Werk en Inkomen een sterk en wendbare uitvoering.

De meeste invloed heeft een gemeente op het beperken van instroom in de bijstand. De lange termijnwinst zit vooral in het voorkomen van uitval van kwetsbaren. Juist een integrale blik borgt een balans tussen beleidsmatig en financieel resultaat.

Essentiële ingrediënten

Instroom van kwetsbaren in de bijstand vraagt om samenspel tussen uitvoeringsorganisatie, maatschappelijke partners en werkgevers. Hiervoor identificeren wij de volgende zeven essentiële ingrediënten:

  1. Objectivering van de situatie: Start een strategische analyse om trends, ontwikkelingen, doelgroepen en resultaten inzichtelijk te krijgen. Inzicht in de doelgroep op microniveau laat zien welke vaardigheden en competenties er zijn. Afhankelijk van methodiek en instrumenten voor arbeidsontwikkeling kan inzicht worden gegeven in competenties, vaardigheden en ontwikkelbaarheid. Voor werkcoaches biedt dit aangrijpingspunten om kansrijke instrumenten en interventies in te zetten.
  2. Korte- en langetermijnvisie: Op basis van data en onderzoek kan een visie op transformatie en uitvoering worden opgesteld. Gemeenten moeten kleur bekennen over hoe zij hun uitvoeringsorganisatie door de coronacrisis en komende ombuigingen sturen. Op managementniveau is er waardevolle input voor die herijkte beleidskoers en is de gemeente in staat keuzes te maken voor nu en morgen.
  3. Invulling van gemeentelijk opdrachtgeverschap: De gemeente dient haar regisserende en opdrachtgevende rol actief in te vullen. Er moet een heldere opdracht met passende kaders worden gegeven. De door het SCP geconstateerde tegenvallers bij de Participatiewet zijn deels te wijten aan opstart- en gewenningsproblemen bij gemeenten. Vijf jaar later zijn gemeenten niet of nauwelijks klaar zijn met transitie van de grote decentralisaties, waardoor de kans op een geslaagde transformatie klein is.
  4. Koersvast in een integrale en ontschotte benadering: Op basis van de gemeentelijke visie, opdracht en kaders moet de uitvoering kunnen werken in een stabiele infrastructuur. Dit vraagt een wendbaar apparaat en inzet op een sociaal domeinbrede insteek met wijkteams voor opvang van de meest kwetsbaren. De instroom kent vaak multiproblematiek. Deze mensen komen pas op de radar bij instroom in de bijstand. Samenwerking tussen wijkteams, inkomensondersteuning en de poort kan escalatie voorkomen. In deze cruciale fase zal blijken of de investeringen in arbeidsontwikkeling en begeleiding bijdragen aan verhoogde inzetbaarheid of dat deze winsten verwateren door verminderde inzet van gemeenten.
  5. Versterk infrastructuur en samenwerkingsverbanden: Maak gebruik van bestaande allianties en triple-helix netwerken met werkgevers, onderwijsinstellingen en leer-werkbedrijven om kwetsbare instromers snel te voorzien van passend werk. Daarvoor zijn  goed accountmanagement, inzicht in de doelgroep en instrumenten uit de Participatiewet nodig. Dit kan alleen in collectief offensief van werkgevers, onderwijs en leer-werkbedrijven.
  6. Geef professionals de ruimte: Als maatwerk bij omscholingen en (beschutte) werkplekken kansrijk is, dan moet daar ruimte voor blijven.    
  7. Laat kwetsbaren niet los: Inzetten op nabijheid is verstandig. Handhaving moet op peil zijn. Onderzoek leert dat dit zorgt voor betere uitstroom uit de bijstand. Prikkels om langer dan noodzakelijk in de bijstand te zitten, worden onderdrukt. Snelle plaatsing vermindert de kans dat een deel van de instroom deel van het granieten bestand wordt. Kies niet voor handhaving vanuit geld of controle, maar omdat mensen in deze tijd niet losgelaten moeten worden.

Veel gemeenten geven al invulling aan deze succesfactoren. Nu is het tijd om dit te herijken voor de korte- en langetermijn opgave. Actief invullen van de randvoorwaarden zorgt voor een betere balans tussen beleidsdoelen en financiën en met een meer wendbare, financieel degelijker en doelmatiger uitvoering op lange termijn. Kritische constateringen van het SCP helpen ons verder. Ombuigingen op de korte termijn mogen niet snijden in waardevolle lange termijndienstverlening voor hen die het zo nodig hebben, ook al is de verleiding om dat voor een sluitende begroting toch te doen heel groot.

We kunnen u nog meer vertellen

Er moeten keuzes worden gemaakt. Dat geldt voor alle gemeenten. KokxDeVoogd heeft veel ervaring met visie- en samenwerkingsvraagstukken in het Sociaal Domein. Voor een vrijblijvende analyse van uw lokale situatie geven wij graag een toegesneden presentatie via Zoom of op 1,5 meter op uw of ons kantoor. Bel Jorn Mulder op 06 - 12 69 97 03 of mail hem op j.mulder@kokxdevoogd.nl