Arthur Cremers
a.cremers@kokxdevoogd.nl
06 – 23 98 74 60

 
 

De onzichtbare koorden van onze gemeenten

Wie recent het boek De Bourgondiërs van Bart van Loo heeft gelezen, zal ongetwijfeld meegesleept zijn in de zo andere wereld van de Nederlanden in de late middeleeuwen. Eén van de elementen die daarin naar voren komt is de stapsgewijze centralisatie die door Filips de Goede en consorten wordt ingezet. Daar waar de inwoners van Gent het voorheen zelf voor het zeggen hadden, moeten ze steeds vaker naar de pijpen van de Bourgondische machthebbers dansen. En je leest – gelijk de huidige tijd – dat de nieuwe machthebbers goed moeten verantwoorden waar ze het belastinggeld van de steden aan uitgeven. De pracht en praal worden nog wel geaccepteerd, maar een nieuwe kruistocht zit er toch echt niet meer in. Voor het eerst in de geschiedenis wordt er een Staten-Generaal ingericht; no taxation without representation.

De centralisatie van de staat gaat door – zeker in ons eigen Nederland. In 1929 – het jaar van de grote crisis – wordt er een belangrijke stap gezet naar een meer centraal gezag in ons land. De inkomstenbelasting die de gemeenten heffen wordt afgeschaft en via het gemeentefonds bepaalt het Rijk de verdeling over de gemeenten. 

Inmiddels – we gaan met grote stappen door de geschiedenis – is het 2020 en zijn we in afwachting van het advies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken over de nieuwe financiële verhoudingen. Korte schets: lagere overheden heffen minder dan 5% van alle belastingen, het Rijk heft 95%. En dat terwijl gemeenten verantwoordelijk zijn voor 30% van alle overheidsuitgaven. Redelijk bizar als je bedenkt dat al enkele decennia een trend van decentralisatie ingezet; wegen, trapliften, waterkeringen en parken… talloze tastbare voorzieningen zijn een lokale of regionale verantwoordelijkheid. Veel taken, maar weinig eigen middelen; dit zijn de onzichtbare koorden waarmee Nederland in Europa een bijzondere positie inneemt.

Als ik er iets meer van een afstand naar kijk, zijn er drie – prangende – argumenten om te komen tot meer lokale autonomie in belastingland: versterking van de lokale democratie, verbetering van de doelmatigheid en het mogelijk maken van maatwerk. Ik loop ze onderstaand kort langs. 

1.     Lokale democratie versterken
De gemeente in Nederland is een open huishouding. Dit betekent dat een gemeenteraad zelf kan besluiten om een taak uit te oefenen of niet. En als iets niet goed gaat wordt er geen verantwoording aan de minister afgelegd, maar aan de gemeenteraad en dus aan de eigen bevolking. Dit simpele principe vindt geen weerslag in de toekenning van het geld. De gemeente heeft wel de taken, maar kan zich – in veel gevallen – niet verantwoorden. Een keuze tussen verduurzaming van het woningbezit of verlaging van de lastendruk wordt altijd vertroebeld door de onzichtbare koorden van het rijk. Als een gemeente meer zelf belasting kan heffen, is voor de kiezer meteen duidelijk waar hij of zij voor de komende vier jaar op stemt.

2.     Doelmatigheid verbeteren
Zeker zo belangrijk is het argument van doelmatigheid. Simpel gezegd: je gaat zuiniger om met je eigen geld dan met geld van een ander. Als een gemeente meer zelf verantwoordelijk is voor de belastingheffing, moet het zich ook in heel directe zin verantwoorden over de uitgaven. Geld uit het gemeentefonds ‘komt er toch wel’ en zeker als het specifieke uitkeringen zijn zullen gemeenten zich hier niet heel druk om maken. Maar als je als gemeente zelf ieder jaar een gezin een factuur stuurt voor gemeentelijke belasting van zo’n vijf tot zesduizend euro, zorg je er voor dat je zo effectief mogelijk uitvoering geeft aan de taken.

3.     Maatwerk mogelijk maken
Het laatste argument ten slotte, zal naar de toekomst toe steeds luider klinken: steeds meer voorzieningen van de overheid zijn maatwerk en de gemeente – als eerste overheid – weet als geen ander waar je wel en niet op moet inzetten voor de bedrijven en inwoners binnen een gemeente. ICT is een drijvende kracht die ertoe leidt dat bedrijven en inwoners in een samenleving op lokaal niveau steeds meer zelf gaan organiseren. Een gemeente kan hier op inspelen door veel fijnmaziger dan tot dusver gebruikelijk de dienstverlening hierop aan te passen. Met een groter eigen belastinggebied komt er meer maatwerk en daarmee ook meer verschillen tussen gemeenten. Dat laatste vinden wij een beetje eng in Nederland. Maar… via het stemhokje kan je daar altijd nog over uitspreken.

Drie argumenten voor een grote lokaal belastingdomein; ik denk dat de schepenen van het Brugge uit de vijftiende eeuw het volledig met mij eens zijn. Toch doen bovenstaande drie elementen geen recht aan de volledigheid van de discussie over verruiming van de lokale belastingen. Er zijn nog voldoende thema’s om de komende tijd bij stil te staan:

  • Het voorkomen van belasting op inkomen bij lokale heffing;
  • Het tegengaan van versnippering van de publieke dienstverlening en samenwerking;
  • Het vormgeven van een nieuwe verdeelsleutel van het gemeentefonds, waarmee nu bijvoorbeeld Schiermonnikoog wordt ondersteund om de voorzieningen op niveau te houden.

Wellicht moet het belastingstelsel grondiger worden herzien dan we denken. Food for thought.

KokxDeVoogd publiceert in september 2020 een whitepaper over de toekomst van de financiële verhoudingen in Nederland.

Voor meer informatie neem contact met ons op of discussieer mee via #whitepaperlokalebelastingen.