Harm Borgers      06 14 67 07 81

Elise van Leest    06 41 12 07 28

Arnold de Boer   06 11 00 39 41

 
 

Extra tijd voor de Omgevingswet: twee tanden erbij! 

Bestuurders zijn aan zet

De Omgevingswet is met een jaar uitgesteld, in overleg tussen minister Ollogren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de koepels VNG, Unie en IPO. De nieuwe inwerkingtredingsdatum is dus 1 januari 2022 en er wordt vanuit gegaan dat deze datum werkelijk haalbaar is. De extra tijd in 2021 is nodig om de regelgeving af te ronden en ook om zeker te weten dat het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) goed werkt.

Maar wat is de impact hiervan op het decentraal bestuur? Zien lokale bestuurders de extra tijd als een kans om een vliegende (door)start te maken met de transitie in het beleid voor de leefomgeving? Of is het uitstel een aanleiding voor het decentraal bestuur om ontwikkelingen een jaartje voor zich uit te schuiven?


Wij zien dat veel wethouders, waterschapbestuurders en gedeputeerden intensief bezig zijn met een serie van grote maatschappelijke opgaven. Die vereisen stevig lokaal beleid en nieuwe regionale afspraken. Neem het woondossier, de stikstofaanpak, de energietransitie, de kwesties van droogte en wateroverlast en sinds kort het gebruik van de openbare ruimte in een anderhalve meter samenleving. De Omgevingswet voorziet in bestuurlijke instrumenten om dit soort opgaven effectief aan te pakken, maar het heeft weinig zin om de inwerkingtreding in 2022 af te wachten. Daarvoor is de urgentie van veel opgaven simpelweg te hoog.

Toch kan de uitgestelde Omgevingswet ook nu al helpen om door te pakken in lastige dossiers. Niet met de instrumenten van de wet, waarop het nog wel wachten is, maar door voorwaarts te werken met de transitiedoelen van de wet.

Er is afgelopen jaren al veel gezegd en geschreven over de enorme transitie die afkomt op decentrale overheden en uitvoeringsorganisaties. Die legt de focus op het realiseren van ambities en het doorhakken van knopen bij dilemma’s. De transitie zet bestuurders van gemeenten, waterschappen en provincies in hun kracht en opent de deur voor participatie. Dit is veelbelovend, door minder en vooral beter afweegbare regels te stellen, beleidsdoelen stelselmatig te monitoren en ruimte te creëren voor initiatieven dankzij lokaal maatwerk bij het beschermen en benutten van de leefomgeving. Het is wellicht verrassend, maar deze transitie staat in principe los van van wet- en regelgeving zoals de Omgevingswet. De kans ligt niet zozeer in de wetswijziging, maar in de sprong voorwaarts door bestuurders en hun ambtenaren om bestuurlijke strategische beslissingen te nemen voor de korte én lange termijn. Dáár zet de Omgevingswet toe aan, niet pas in 2022 maar ook nu al.

Door te anticiperen op de Omgevingswet kunnen decentrale bestuurders de kans grijpen om versneld “anders” te gaan werken. Iedere bestuurder kan nu al de eigen organisatie finetunen, om deze effectiever te laten samenwerken met bedrijven, burgers en andere overheden. Dat helpt bij de aanpak van de urgente opgaven en het helpt ook om straks soepel te kunnen werken met de Omgevingswet. Twee tanden er bij dus in 2021, in plaats van eentje eraf!

De tijd vliegt, dat is algemeen bekend. Het is dus binnen no time 2022. Wij sporen alle bestuurders aan een missie te formuleren voor de tussenperiode 2020-2021. Dat maakt enthousiast en geeft richting. Wij geven graag twee tips hoe dat kan: maak een diagnose en wees creatief.

1. Diagnose.

Het uitstel van de Omgevingswet is een goede aanleiding om te kijken waar uw gemeente, waterschap of provincie staat. Een goede diagnose geeft inzicht in de stavaza én in het ontwikkelpotentieel van het bestuur en de organisatie. Is tot op heden sprake van een wetstechnische, calculerende of afwachtende aanpak, dan is het de vraag waarom dat zo is en wat dat oplevert. Als er al sprake is van een voorhoede in de organisatie die blaakt van ambitie en die oog heeft voor de decentrale politieke agenda, dan is het de vraag hoe dat verbreed kan worden en met meer impact.
 
Als een foto wordt gemaakt van het ontwikkelpotentieel van uw organisatie, dan zijn we nieuwsgierig of die foto dan scherp of onscherp is. Scherpte betekent dat bestuurlijke ambities doorwerken in de beleidsketen, dat doelen haalbaar en uitvoerbaar zijn en dat sprake is van monitoring en feedback, van procesvernieuwing en van participatiekracht. En wat zien we door in- of uit te zoomen: kloppen de details én is er ruimte om integraal te denken en werken? Bovendien: laat de foto een bewegend beeld zien van een organisatie in transitie, of is sprake van een stilstaand beeld met een trage sluiterstand.
 
2. Creativiteit.

De tijd is rijp om de integraliteit van de Omgevingswet te doorgronden. Dat gaat niet over instrumenten en regels, maar over de behartiging van belangen en over de kracht van samenwerking. Bestuurders kunnen daar meer grip op krijgen door te oefenen met concrete dossiers en lastige opgaven. Dat vereist een strategie, zonder al te veel omhaal, die een wenkend perspectief schetst voor de omgang met kansen en problemen. Zo’n strategie zorgt in feite voor een nieuwe missie, parallel aan de “technische” voorbereidingen op de Omgevingswet. De missie gaat over het werken aan opgaven, over bestuurlijke lef met afwegingsruimte en over het creatief oplossen van knelpunten die (soms al jaren) de lokale politieke agenda bepalen.


Herkenning? Verbazing? Interesse?

Mocht je na het lezen van dit artikel je verhaal willen delen, nieuwsgierig zijn geworden naar de bijdrage die wij u kunnen leveren of naar de opdrachten die KokxDeVoogd uitvoert, dan nodigen wij je van harte uit contact op te nemen.