Auteur | Maxim ter Hedde
Telefoonnummer | 06 - 10 56 19 57
Datum | 23-09-2020

Elke gemeente heeft zo zijn eigen DNA. De ene gemeente staat bekend om het prachtige historische centrum, de andere als glastuinbouwcentrum van de regio, het land of zelfs de wereld. En weer een andere profileert zich vanwege een wereldhaven, de strategische ligging en als verbinder in logistiek. Vrijwel elke gemeente heeft vergezichten, een toekomstvisie, een strategische koers. Punten waarop de gemeente zich onderscheidt. Waar de kracht ligt. Iets wat nooit verloren mag gaan.

Het lijkt dan ook logisch om te besluiten om daar níet op te bezuinigen. En dat vraagt tegelijkertijd om fundamentele keuzes in andere beleidsdomeinen. Iets wat van een college of coalitie vraagt om naar het geheel te kijken in plaats van ieder naar de eigen portefeuille. Iets wat een langere termijn van denken dan vier jaar vereist en bovendien afstemming met de buurgemeenten.

Dat is geen sinecure. Dat vraagt om een nieuw en moreel te verantwoorden afwegingskader, dat vooraf gaat aan het gebruikelijke politieke spel. Omdat het gaat over het zoeken en vinden van een nieuwe balans. Over een soort evenwichtskunst. Over diepere drijfveren en waarden als vertrouwen, respect, rechtvaardigheid, en solidariteit. Die komen in de kern neer op ethische vragen en afwegingen. Deze verdienen de geconcentreerde aandacht van een moreel beraad. Zoals er ook op lokaal niveau trouwens meer lastige ethische afwegingen te maken zijn: tussen gezondheid en demonstratierecht bijvoorbeeld, of tussen meer digitalisering en garanties voor privacy en andere grondrechten.

Inzoomen

Maar eerst: waar staan we nu? De vraag die heel veel bedrijven en organisaties bezighoudt is: zijn we bezig om terug te veren naar de situatie van vóór half maart, dan wel om door te veren naar een situatie die voor iedereen nieuw is. Wordt het nooit meer als toen, of slagen we erin de draad toch weer ‘gewoon’ op te pakken? Deels is dit een keuze, deels noodzaak. Laten we eens wat inzoomen en bezien wat er bij gemeenten speelt op de verschillende niveaus.

Op individueel niveau speelt vooral het hervinden van bestaanszekerheid voor mensen die werkzaam zijn in de zwaarst getroffen sectoren. Daarnaast speelt het gebrek aan intermenselijke contact. Stress, werkloosheid en een langere periode van eenzaamheid kunnen ook aanzienlijke psychische en fysieke schade veroorzaken. Ook is er een toename in burenruzies, overlast en huiselijk geweld gemeld. Daar staat dan weer een grote opleving van burenhulp en burgerinitiatieven tegenover.

Op landelijk niveau woedt de discussie over het afscheid van het neoliberalisme volop. Zal de balans tussen overheden, markt en samenleving door deze ongekend ingrijpende wereldwijde coronacrisis blijvend verschuiven en zo ja, hoe komt die er hierna dan uit te zien? Willen we, zoals de Europese Commissie aangeeft, deze crisis niet uitzitten maar juist benutten voor een toch al dringend noodzakelijke verduurzamingsslag? Wat zijn eigenlijk onze doelen en drijfveren bij het bestrijden van de crisis?

Hoogleraar Gabriël van den Brink zegt in een interview in de NRC over zijn net verschenen boek Ruw ontwaken uit de neoliberale droom: ‘Ik zie onderstromen zichtbaar worden die meer op spiritueel vlak liggen en waarvoor de politiek nog geen taal heeft. De rust, de rem op het consumeren, het feit dat er eindelijk schone lucht is. Een heleboel onzin valt bij zo’n crisis door de mand.’ Systeemdenkers pleiten voor een nieuw besturingssysteem, om te komen tot een schokbestendiger maatschappij: lokaler, socialer en met veel meer participatieve veerkracht: mensen kunnen veel zelf. En voor de echt kwetsbaren zijn doorbraken nodig, om hen werkelijk soelaas te kunnen bieden. Daarbij gaat het vaak om maatwerkoplossingen.

In eerste instantie moesten de gemeenten dealen met een acute vertaalslag van de maatregelen die op rijksniveau afgekondigd worden: noodverordeningen, anders handhaven, digitale besluitvorming mogelijk maken en regelingen als de TOZO zo snel en goed mogelijk uitvoeren. Daarna kwamen gemeenten met aanvullingen op het landelijke beleid, om het bedrijfsleven te ondersteunen en om drukte en massabijeenkomsten te voorkomen. En dan hebben we het nog niet gehad over alle activiteiten op regionaal niveau of het samenspel met andere partners, bijvoorbeeld in de veiligheidsregio, met de GGD om de testfaciliteiten op te zetten en de capaciteit te vergroten, met de vervoersbranche vanwege het veilig vervoeren van leerlingen voor het speciale onderwijs et cetera.

De rekening

En er komt nog meer aan. Deels ook afhankelijk van de omvang die de recessie aanneemt. Wanneer de werkloosheid toeneemt merken gemeenten dat met enige vertraging in het aantal bijstandsgerechtigden. Maar er zijn ook gevolgen voor bijvoorbeeld het armoedebeleid, waaronder de schuldhulpverlening. Net als lagere inkomsten, door faillissementen en minder toeristen. Een toename van leegstand, die om een nieuwe aanpak vraagt. Minder huurinkomsten bij gemeentelijk (maatschappelijk) vastgoed, en op termijn mogelijk een waardedaling in deze objecten.

De vraag is hoe om te gaan met de enorme rekening die gemeenten al hebben en deels nog gaan krijgen? Gaat de compensatieregeling van minister Ollongren voldoende soelaas bieden? De nieuwe VNG-voorzitter Leonard Geluk is er duidelijk over. In VNG Magazine zegt hij: ‘Als we de voorzieningen in Nederland in de lucht willen houden, moeten de kosten van de crisis voor gemeenten worden gecompenseerd.’

Er is intussen een eerste handreiking gedaan door het rijk, maar dat is niet genoeg. Hangen er toch weer zware bezuinigingen in de lucht? Veel gemeenten houden rekening met dat laatste scenario. Hun begrotingen stonden vóór de coronacrisis al onder forse druk, met name door de oplopende kosten in het sociaal domein (jeugdzorg, participatie, Wmo). Maar dit beeld wordt er met de gevolgen van de coronacrisis bepaald niet florissanter op. Zoals voorzitter Marcelle Hendrickx van de Wethoudersvereniging onlangs in een persbericht signaleerde, zorgt dit voor verschraling van de dienstverlening en voor onrust in gemeenten en spanningen binnen colleges. ‘Dit is onverantwoord in een tijd waarin een stabiel lokaal bestuur cruciaal is.’

Bijna de helft van de wethouders geeft aan te moeten terugkomen op gemaakte beloftes en aangegane ambities; corona slaat een fors gat in de reserves. Er zijn zelfs al signalen dat gemeenten zinnen op hardere acties: bij uitblijvende tegemoetkoming geen onderhandelingen meer met het rijk, of zelfs een deel van de jeugdzorg teruggeven. Gemeenten zaten voor de zomervakantie midden in hun afwegingen voor de voorjaarsnota of kadernota: hoe ziet het kader voor de begroting 2021 eruit en welke keuzevraagstukken liggen er? En de puzzelstukken zijn nog niet compleet. Veel college en raden buigen zich in aanloop naar de programmabegroting 2021-2024 over de vraag wat er nodig is om het meerjarenperspectief gezond te houden en welke maatregelen acceptabel zijn en welke juist niet.

Ingewikkelde discussies


De vorige bezuinigingsronde ligt bij de meeste gemeenten nog vers in het geheugen. Miljoenen moesten er structureel gevonden worden. En dat betekende ingewikkelde discussies, die inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen vaak de nodige zorgen hebben gekost. Kunnen de subsidies aan sportverenigingen, culturele instellingen of de kinderboerderij in stand blijven? Gaat de belasting omhoog? Gaan alle projecten, bedoeld als investering in de openbare ruimte, nog wel door? Is er nog geld voor die extra BOA’s? Het leidde tot kerntakendiscussies, inkrimping van het aantal ambtenaren, het stopzetten van lopende projecten, ‘kaasschaven’. Maar daarmee is al het vet wel van de botten geschraapt. Naar nog zo’n ronde kijkt niemand uit.

Om het anders te doen, moeten ook coalities over een drempel heen. Tot op heden wordt bij bezuinigingsronden vaak de pijn verdeeld: iedereen moest inleveren, geen collegelid of coalitiepartij kon gespaard blijven. Het enige voordeel van zo’n strategie is dat hij doorgaans het meeste politieke draagvlak oplevert, maar een dergelijke verdeelsystematiek leidt per definitie niet tot de meest rationele keuzes. Het past ook zelden goed bij een langetermijnstrategie van een gemeente, waar vaak op dat moment ook niet voldoende aandacht voor is. Misschien is het nét goed genoeg voor vier jaren, en zelfs dat blijkt in de praktijk niet altijd te lukken.

De recente analyse van Platform31, ‘De coronacrisis en de stad’, gemaakt in opdracht van de G40, biedt handvatten en een denkkader voor integrale afwegingen. Nadrukkelijk bedoeld als denkkader en niet als spoorboekje of blauwdruk, zoals de auteurs aangeven. Deze analyse kan als startpunt en inspiratiebron fungeren voor een gesprek met een andere insteek, waarbij fundamentele, diepere drijfveren mee-resoneren. Niet goochelen met cijfers, maar wegen met waarden en wat werkt.

Andere keuzes

Zo kun je ervoor kiezen om vooral de basisstructuur te verdedigen of in te zetten op business as usual, ervan uitgaande dat we geleidelijk terugkeren naar de normaalsituatie. Maar je kunt ook andere keuzes maken, bijvoorbeeld om anticyclisch te investeren in woningbouw en stedelijke vernieuwing, of in preventie en omvangrijke bij-, her- en omscholing voor wie door corona zijn of haar baan verliest. Om vol in te zetten op economisch herstel, waarvoor ook onorthodoxe maatregelen denkbaar zijn: lasten verlichting, regelversoepeling, functie menging … Wat ook kan: de grote trans formatie waar we toch naar toe willen (en moeten) onder druk van de crisis versnellen door gerichte inzet op de terreinen energie, voedsel, circulaire economie en klimaatadaptatie.

Zoals gezegd: er is niet één recept dat overal wonderen doet. Maar iedere gemeente zou een eigen integraal handelingsperspectief kunnen proberen te creëren, om zoveel mogelijk veerkracht en wendbaarheid te behouden. Daarvoor is een gezamenlijke inspanning nodig; het vraagt van bestuurders en inwoners de bereidheid om over de eigen schaduw heen te springen. Die diepere laag boren we gewoonlijk niet aan, maar een crisis als deze vraagt daarom. Op welk moreel kompas willen we varen?

Het moge duidelijk zijn. Als er een nieuwe bezuinigingsronde aan komt, dan volstaat een kerntakendiscussie, snijden in ambtenaren en externen, kaasschaven, projecten stopzetten of andere methoden niet meer zonder een fundamentele of strategische keuze. De les uit de vorige crisis is dat een nieuwe bezuinigingsronde vraagt om andere afwegingen en een nieuwe moraal.