Auteur | Maxim ter Hedde
Telefoonnummer | 06 10 56 19 57
Datum | 16-02-2022

Wie kent er de werkelijke inzet van de lokale verkiezingen?

Den Haag decentraliseert al jaren taken en verantwoordelijkheden, niet zelden zonder de daarbij horende budgetten. Dat is een belangrijk gegeven, waar we lokaal eigenlijk (te?) weinig over horen. Want hoeveel budgettaire vrijheid hebben Nederlandse gemeenten eigenlijk nog? Gaan de verkiezingen ergens over, of is het louter politiek schouwspel? Een vraag die we best mogen stellen, een maand voor de verkiezingen...

 

Hoeveel budget houdt een gemeente over, als zij alle euro’s netjes apart zet voor de zaken waar ze juridisch toe verplicht is? Dat is de vraag waar we binnen KokxDeVoogd veel mee bezig zijn. We noemen dat de Casco Gemeente. We bouwden er een model voor, waarin we veel data kunnen laten stromen. Dat zijn specifieke data voor een specifieke gemeente, maar ook openbare data uit allerlei bronnen voor adequate benchmarks. Door alles wat we kunnen weten op basis van feiten en harde data, ook als zodanig in het model te brengen, maken we ook inzichtelijk wat minder duidelijk en feitelijk is. Het wordt dan eenvoudiger om op die variabelen scenario’s los te laten.

We zijn vast niet de enige die op deze manier financieel naar gemeenten kijken. Wel denk ik dat we één van de weinigen zijn die een werkend model inmiddels enkele malen met succes hebben toegepast. Hieruit bleek dat er voor bijvoorbeeld het BBV-taakveld bestuur en bedrijfsvoering ongeveer 5% van de gemeentebegroting vrij was voor ‘eigen’ accenten en keuzes. Vijf procent. Dat is natuurlijk niet voor elke gemeente zo, maar het geeft wel aan dat er op dit taakveld zeer beperkt ruimte is voor eigen keuzes en bestedingsvrijheid voor het gemeentebestuur.

Natuurlijk gelden voor andere taakvelden andere wetmatigheden. Voor het fysiek en het sociaal domein kunnen we niet simpelweg dezelfde analyses maken. Voor het fysiek domein hangt alles van de wijze waarop een gemeente de uitvoering van de nieuwe omgevingswet organiseert. Zonder zicht op de uitvoering van de nieuwe wet heeft een gemeente geen zicht op de minimale kosten. Hier kunnen andere instrumenten wel bij helpen. Ook hiervoor hebben we overigens een KokxDeVoogd-tool ontwikkeld, waarmee een gemeente kan verkennen wat in haar context de decentrale beslissingsruimte kan zijn en hoe dit financieel doorwerkt. Vanuit het perspectief van de controller kan hier het beste boundary control op worden toegepast (sturen op scoping in relatie tot de bijbehorende financiële kaders).

Voor sociaal domein is het speelveld weer heel anders. Hier geldt dat de visie op de netwerksamenwerking zorgaanbieders bepalend is. Het gaat dan natuurlijk om de verhouding ‘zelf doen’ versus ‘uitbesteden aan gespecialiseerde partners’, waarbij recht wordt gedaan aan de specifieke behoefte van inwoners die een beroep op zorg doen in de regio of gemeente. Ook bij het veiligheidsdomein gelden weer andere wettelijke bepalingen (en wettelijke regionale samenwerkingen) die het minimale kostenniveau bepalen. Beiden laat ik in deze tekst graag even buiten beschouwing.

Maar hoe anders de verschillende domeinen ook zijn, de vraag blijft wel: is er eigenlijk wel voldoende zicht op de werkelijke bewegingsvrijheid van gemeenten? Is die bewegingsvrijheid er wel? Groter dan een paar procentjes?

En vooral: weten politici eigenlijk zelf wel hoeveel geld er is om ambities te financieren? Hebben zij niet de taak om de burger een transparant en realistisch beeld te geven van de werkelijke financiële bewegingsruimte die de nieuwe bestuurders straks hebben?

Een hoop vragen dus. En hopelijk een hoop reactie van uw kant. Welke gemeenteraden en lokale politici kennen hun casco-gemeente, met heldere overzichten van de verwachte kosten en opbrengsten, en zijn hier transparant over in de lokale verkiezingen? Ik ben erg benieuwd wie er mooie voorbeelden van kan geven!

 

Delen via: